“Venster naar de eeuwigheid”

Uitgelicht

ALNETUM 2018 WAS EEN SUCCES !

Zoals aangekondigd lag dit jaar de focus op iconen. De tentoonstelling werd geopend op zaterdag 3 februari met een concert van Gospodí.  Na de verwelkoming door Lieve De Meyer, die ook een bondig overzicht gaf over het ontstaan en de betekenis van een icoon, mochten we drie kwartier lang van de vocale a capella muziek van Gospodí genieten.

De kunsttentoonstelling met iconen van verschillende icoonschrijvers was te bezichtigen tot zondag 18 februari.  Het werd een mateloos succes: maar liefst 1099 toeschouwers konden genieten van een zeer ruime verzameling van iconen, diverse voorwerpen met iconografische afbeeldingen, soms in heel bijzondere stijl en op onverwachte voorwerpen en materialen.  Enkele bijkomende afbeeldingen en beelden vulden het geheel aan.

Een dikke proficiat aan de inrichters !

Foto’s

Opening Alnetum 2018

Op 3 februari werd de jaarlijkse kunsttentoonstelling Alnetum geopend met een toespraak van Lieve De Meyer (bestuurslid Toneelgroep Elsuth – medeorganisator van Alnetum 2018)

U leest hieronder de integrale tekst van die boeiende inleiding.

Alnetum heet U allen welkom op deze 22ste kunsttentoonstelling in Elst.

Met grote dank aan de Heer Georges Herregods, pastoor,  die in maart 2017 afscheid van ons nam op 90 jarige leeftijd.

Het was zijn uitdrukkelijke wens dat dit initiatief verder zou gezet worden. Bedankt Georges. Jij was een kunstminnend, creatief en warme persoonlijkheid. Jij was het die als pastoor van dit mooie kerkje in Elst een kunstkerk maakte. Jij bracht gelovigen en niet gelovigen samen rondom religieus geïnspireerde kunst. Jij was een vat vol creativiteit en barmhartigheid met een scherpe blik op wat zich in de wereld afspeelt. Elst, wij hielden van jou. Dit mag en moet hier nog eens gezegd worden.

Georges, jij was een ICOON.

Maar nu staan wij hier oog in oog met een heel bijzondere categorie schilderkunst:  talrijke prachtige iconen.

Een heel korte schets van de geschiedenis van het ontstaan van iconen is hier op zijn plaats. Wees gerust: heel kort.

Het gebruik van beeldtaal is van alle tijden. Meer dan 20.000 jaar geleden bracht men tekeningen aan op rotswanden. We zien wat ze voorstellen, maar waarom ze gemaakt zijn ontgaat ons. Zowel bij spijkerschrift als bij  hiërogliefen maakte men gebruik van beeldtaal .

Bij de eerste christenen was de beeldcultuur een eerder ondergronds gebeuren.

Nog sterk verbonden met de joodse godsdienst, waar volgens het 2de verbod van de 10 geboden geen beeltenis mocht gemaakt worden (van enig wezen boven in de hemel , op de aarde en in het water). Ook de beeldcultuur van de Romeinen in die tijd werd als afgoderij beschouwd. Vandaar dat in die periode slechts symbolen werden gebruikt en getekend: symbolen als de vis, de druivenrank, het anker…

Pas 200 à 300 na Christus komt de acceptatie van religieuze kunst.  Bijvoorbeeld ontstaan er ronde penningen met gefingeerde portretten van Petrus en Paulus. In het zich verder ontwikkelend Christendom zien we wisselend sterke aandacht voor beeldcultuur en afbraak van beeldcultuur, afhankelijk van de politieke context.  Ook de opkomst van de Islam met een heel streng beeldverbod doet haar intrede.

Waarom vinden we nu vooral in Oost-Europa Iconen?

Iconen worden meer geassocieerd met het oosterse geloof dan met het westerse geloof. Beide hebben ze nochtans dezelfde wortels en toch… de westerlingen hebben de invloed ondergaan van de Griekse cultuur, maar wel sterk beïnvloed door het pragmatisme van de Romeinse cultuur.

De beeldcultuur via beeldhouwwerken en schilderijen is in het westen vooral gericht is op in beeld brengen van het nieuwtestamentisch verhaal. Dit vooral om de niet geletterde mens te introduceren in het Bijbels verhaal.

In het oosten overleefde de Griekse ideologie. Geen pragmatisme. Het beeld om het onzichtbare zichtbaar te maken. Het beeld is een sluier achter dewelke het onzichtbare verscholen ligt.

De Oost- Europese christene KIJKT niet naar het beeld; maar ‘SCHOUWT’ het beeld. Het beeld is een venster op de eeuwigheid, het goddelijke. Hij ziet niet alleen het beeld, hij doorziet het beeld. Deze iconen zijn nu hier tentoongesteld.

Een icoon is dus geen individuele expressie van een individuele emotie. Het is niet zomaar schilderij, het maken van een icoon wordt als een religieuze handeling beschouwd (net als bidden).

In eerste instantie vraagt het een mentale voorbereiding, het besef van te staan in een diepchristelijke traditie.
Een icoon is meer dan een kunstvoorwerp alleen. Het gaat er om dat in de icoon het mysterie van God tot uitdrukking komt. Niet de creativiteit van de schilder moet centraal staan maar het schilderen naar de traditie. De kunstenaar is tijdens het vervaardigen van het icoon een verlengstuk van God.

Het schilderij wordt gemaakt volgens een vast patroon, hetzij op hout, hetzij op glas. De wijze van vervaardiging wordt in de komende weekenden getoond door de Heer Leleu. Bij de start van de tentoonstelling wordt dit aanschouwelijk gebracht.

De vraag rijst wel: waar komt het strikte beeld van Christus vandaan.

Hiervoor neem ik U mee in een verhaal:

Er was eens een Syrische koning Abgar V . Hij werd ziek en zond een gezant naar Palestina om Christus te vragen hem te komen genezen. X ging niet zelf naar Syrië maar drukte zijn gelaat in een doek. Deze doek, met een zichtbare afdruk van X gelaat, werd aan de koning bezorgd. Bij het zien van het doek genas de koning. Deze afdruk: de Mandylion genoemd (een niet door mensenhanden gemaakte beeltenis van X) staat model voor de beeltenis van Christus.

Een vrijwel gelijkend verhaal en beeltenis krijg je bij de sluier van Veronica. Keizer Tiberius werd getroffen door melaatsheid.  Zijn voedster vertelt over de genezer uit Palestina. Zij trekt naar Palestina en komt aan op de dag van de terechtstelling. Zij hoort dat één van hen de genezer is. Zij wacht hen op en dept het gelaat van X met haar hoofddoek en dit om hem te ontdoen van zweet. Zie de zesde statie van de kruisweg. Bij het wassen van de hoofddoek ontwaart zij de contouren van een gelaat. Zij gaat bij Tiberius en bij het ziel van het liefdevolle gelaat drukt hij de halsdoek tegen zich aan. Hij voelt de genezing en zegt: Vera (waar) eikoon (gelaat).  Vandaar “Veronica”.

Vanuit dit overgeleverde verhaal ontstaat de beeltenis van de gelaat van X.

Centraal in de compositie van deze icoon staat het gelaat van Christus, peinzend en streng maar oneindig goed. Een gelaat dat uitdrukking geeft aan de kwellende en gepassioneerde liefde voor de mens, hetgeen hem naar de dood zal leiden om zo de gehele Schepping naar de Vader terug te voeren.

Wat betreft de moeder Gods iconen , ook deze zijn reeds in zwang sinds de derde eeuw na Christus. Zij wordt gezien als bemiddelaar tussen God en de mensheid.

Zij wordt afgebeeld met een blauw onderkleed en een purperen bovenmantel. Christus draagt het purperen onderkleed en blauwe bovenmantel. Blauw verwijst naar de menselijke natuur. Purper (zeer kostbare kleur) verwijst naar het goddelijke.

Het gebruik van kleuren ligt vast:

– Blauw: zuiverheid, vroomheid, hemel, maar ook de kleur van het menselijke
– Rood: bloed, leven, liefde
– Purper : keizerlijke kleur, kleur van het goddelijke
– Groen: harmonie, groei, vruchtbaarheid, jeugd
– Wit, geel, goud: goddelijke zonneglans
– Zwart: versterving, dood, hel, duivel

Het aureool is in bladgoud.

Het aureool is een cirkel die god symboliseert, een cirkel zonder begin en zonder einde. Absoluut rond, zoals ook God absoluut is. Een heilige heeft een aan God welgevallig leven geleid en krijgt daarom een aureool met de betekenis “ is op God gelijkend geworden”.

In het aureool van Christus staan steeds Griekse letters die staan voor ‘Hij die is’.

Veel van wat te zien is op een icoon heeft een symbolische betekenis.

De wijze waarop de X figuur, Moeder Gods en heiligen worden afgebeeld, de attributen die te zien zijn, het kleurgebruik, welke kleding ze dragen, hoe ze gepositioneerd staan tov elkaar, de lichaamshouding, de gebaren van de handen…alles heeft een symbolische waarde. Hiervoor verwijs ik naar de uitleg die U kan krijgen van de kunstenaar hier aanwezig.

Essentieel is de afbeelding geen realistisch portret is maar meer een geestelijke realiteit. De figuren zijn meestal langgerekt, zo ook het gelaat. Geen menselijke proporties meer. De wereld heeft geen macht over hen, de lichamelijkheid is overstegen.

Kort iets over gelaat en handen:

Aanschouw de grote ogen(zij zien veel), de lange rechte neus (sierlijkheid), kleine gesloten mond (wat ze zeggen is weloverwogen), hoog voorhoofd , wallen onder ogen en rimpels (allemaal tekens van wijsheid). Minstens één oor zichtbaar… de heilige hoort onze gebeden aan.

Copyright Lieve De Meyer

Alnetum 2018 wordt top !

Noteer 3 februari 2018 alvast in uw agenda !De kunsttentoonstelling wordt geopend met  een optreden van

Gospodi

Muziek van de Stilte

Als kwartet, gespecialiseerd in Slavisch-byzantijnse gezangen, is Gospodi al dertig jaar een unicum in België. Deze vocale a capella muziek vindt haar oorsprong in de Byzantijnse liturgie en de Slavische koortraditie. In de afzondering en vooral in de stilte van de kloosters ontwikkelde zich ‘het gezongen woord’: Het zijn meestal psalmen, hymnen en gebeden in het Kerkslavisch, rijk aan bijbelse symboliek. Magistrale koorwerken van componisten als Tsjaikovski, Bortnjanski en Archangelski worden door het kwartet uitgevoerd in een eigenzinnige, subtiele samenzang die geen mens onberoerd laat en die uitnodigt tot verstilling en verdieping.

Ook de filmwereld is dit niet ontgaan. Zo werd Gospodi gevraagd om mee te werken aan de soundtrack voor de langspeelfilm “KID” (2013) van de Vlaamse cineaste Fien Troch.

Hun zoektocht naar nieuwe partituren bracht hen in contact met slavisten en  theologen die het ensemble ondersteunen bij de beheersing van de uitspraak, de vertaling van de liturgische teksten en de interpretatie van de muziek.

Sinds 2005 bestaat het kwartet uit Pieter Stevens (altus), Michaël Wittoek (tenor), Wenceslaus Mertens (bariton) en Frederik Meireson (bas). Gospodi heeft vier eigen cd-opnames op het palmares en wordt inmiddels gewaardeerd in binnen- en buitenland.

Met het programma “Veličit” (Mijn ziel verheft de Heer) brengt Gospodi een bloemlezing van de Slavische kerkmuziek met de focus op de “Bogoroditse” – de “Moeder Gods” – Maria, die in de liturgie en de spiritualiteit van het Oosten een prominente plaats bekleedt.

Historiek

Reeds 30 jaar mag het ensemble Gospodi een vooraanstaande plaats innemen in de Slavisch-Byzantijnse muziek.

Wat aanvankelijk begon als een aarzelende en moeizame zoektocht is nu uitgegroeid tot een diepgaande en mature beleving van deze rijke liturgie.

Mede dankzij de dierbare steun van zijn stichters (H. Elegast, G. Cassiman, J. Simal en P. Nieuwdorp) vindt het nieuwe ensemble een talrijk en veelzijdig pu­bliek. Tevens laat het kwartet zich bijstaan door slavisten, iconografen en niet het minst door de monnikengemeenschap van Chevetogne.

In elke auditie wordt de toehoorder uitgenodigd om, samen en toch heel per­soonlijk, die reis te maken waarvoor geen woorden beschikbaar zijn: de reis naar zijn diepste innerlijk. Gospodi tracht een korte maar intense meditatie aan te rei­ken waarbij stilte en bezinning een essentiële rol spelen.

Deze introspectie, niet opgelegd of gedwongen maar volledig vrijblijvend, maakt het mogelijk het wonder van ons innerlijke zelf te ervaren. Ensemble Gospodi staat daarom niet – in confrontatie – naar de mensen toe. Het kwartet zingt in een cirkel, het midden leeg latend.

Enerzijds introspectie, anderzijds openheid en verwondering naar de buitenwe­reld toe.

Deze symboliek is ook terug te vinden in het embleem van Gospodi, de beroem­de Triniteitsicoon van de Russische monnik Andrej Roebljov (ca. 1425). Hierin wordt de “Gastvrijheid van Abraham” voorgesteld, een oudtestamentische pas­sage waarin Abraham en zijn vrouw Sara bezocht worden door de Heer in de vorm van drie volkomen gelijke engelen.

Alle informatie over het ensemble vindt u op de website www.gospodi.be.

Een interview 

De naam Gospodi is toch al enige tijd een begrip in Vlaanderen. Vanwaar kwam aanvankelijk het idee om Slavisch-byzantijnse muziek te zingen?

Het begon eigenlijk al in 1982, toen Herman Elegast en Guido Cassiman op hun spirituele zoektocht de Liturgie van de paasnacht wilden bijwonen in de abdij van Chevetogne. Ze raakten er meteen onder de indruk van de mystieke kracht die uitging van de Slavisch-byzantijnse gezangen die er door de monniken werden uitgevoerd. Herman Elegast en Guido Cassiman waren allebei beslagen in de wereld van de kleinkunst – de ene was bekend van De Elegasten en de andere van het Trio Cassiman – maar in deze sacrale gezangen erkenden ze een nieuwe uitdaging die hen ook geestelijk zou verrijken. Er was niet veel nodig om hun enthousiasme te doen overslaan op hun vrienden Jos Simal en Paul Nieuwdorp.

Vier mannenstemmen, dat volstond om de eenvoudige maar goddelijke harmonieën uit de Slavische kerkmuziek tot leven te wekken. Het ensemble Gospodi was geboren.

Wanneer het ensemble na verloop van tijd inging op de vraag om hun muziek ook voor publiek te brengen, deden ze dit niet om te verkondigen of om succes te boeken maar om te delen van datgene wat hun hart ten diepste raakte.

Maar jullie zijn geen orthodoxe monniken, neem ik aan. Ik kan me voorstellen dat het dan niet zo evident is om met dergelijke muziek bezig te zijn.

Dat klopt. Alleen al het vinden van gepaste partituren was in die tijd niet zo evident voor Westerse leken, maar de zoektocht bracht Gospodi al gauw in contact met slavisten, iconografen en geestelijken met de nodige knowhow om Gospodi te ondersteunen bij de beheersing van de uitspraak, de vertaling van de liturgische teksten en de interpretatie van de muziek. Intussen vind je de meeste partituren natuurlijk ook al op het internet terug.

Elegast en Cassiman waren dus de initiatiefnemers van Gospodi maar die zingen intussen toch niet meer mee, of wel?

De bezetting van Gospodi is inderdaad nogal veranderd ondertussen. Na twintig jaar samen zingen had Gospodi enige naambekendheid gemaakt in België en zijn buurlanden, maar de zangers van het eerste uur waren allemaal al een jaartje ouder en dus drong zich een verjongingskuur op. De spilfiguur in deze overgang was onze bas Frederik Meireson. Hij ging nauwgezet op zoek naar drie nieuwe zangers die geknipt waren om deze ontdekkingsreis verder te zetten.

Sinds 2005 bestaat het kwartet uit Pieter Stevens (altus), Michaël Wittoek (tenor), Wenceslaus Mertens (bariton) en Frederik Meireson (bas). Alle vier zijn we afkomstig uit Aalst en hebben we een muzikaal en vocaal verleden. In dezelfde geest en met dezelfde passie als de stichters van Gospodi wil de nieuwe generatie “Gods stilte” blijven bezingen.

Is er momenteel nog een band tussen Gospodi en de abdij van Chevetogne?

De invloed van de Abdij van Chevetogne op het ontstaan en bestaan van Gospodi is onmiskenbaar. De monniken van Chevetogne zijn gerenommeerd om hun geïnspireerde uitvoering van de byzantijnse liturgische muziek, maar zij zingen zelden buiten de kloostermuren. Bovendien streven we met ons kwartet juist die intieme, contemplatieve stijl van de kleine monastieke ensembles na, eerder dan de stijl van de grote Russische kathedraalkoren.

Door de jaren heen onderhield Gospodi vriendschapsbanden met de monniken van deze bijzondere abdij. Die vriendschap werd in het jaar 2000 bekroond met een concert van Gospodi in de byzantijnse abdijkerk van Chevetogne zelf.

Wat is er eigenlijk zo bijzonder aan die Slavisch-byzantijnse muziek?

Wel, het is vocale muziek, die haar oorsprong vindt in de byzantijnse liturgie en de Oost-Slavische koortraditie. Het zijn meestal psalmen, hymnen en gebeden in het Oudslavisch, die enorm rijk zijn aan bijbelse en theologische symboliek.

De oudste gezangen van de oosterse christenen uit de 4e eeuw waren eenstemmig en zonder instrumentale begeleiding, te vergelijken met het Gregoriaans in de westerse Kerk. Vanaf ca. 1300 werden de byzantijnse hymnen, onder invloed van de opkomende polyfonie in het Westen, geleidelijk meerstemmig. In Griekenland bleef dit beperkt tot het meezingen van de ondersteunende basnoot met af en toe een meerstemmig effect. In Rusland echter ging men al gauw drie- of vierstemmig zingen in een stijl die bijzonder goed aansloot bij het prachtige met iconen en fresco’s beklede interieur van de oosterse kerken en kathedralen.

De proloog van het Johannesevangelie: “In den beginne was het Woord. En het Woord was bij God. En het Woord was God.”, inspireerde de oosterse christenen tot de overtuiging dat Gods lof enkel met de menselijke stem kon worden vertolkt. Vandaar dat de byzantijnse kerkmuziek tot op vandaag zonder instrumentale begeleiding wordt uitgevoerd.

In de afzondering en vooral in de stilte van de kloosters ontwikkelde zich ‘het gezongen woord’: de psalmen en de hymnen die een onuitwisbare stempel drukken op de byzantijnse liturgie en die later grote Russiche componisten inspireerden voor hun kunstzinnige bijdragen tot de Slavisch-byzantijnse koorliteratuur.

Elke nieuwe muziekpartituur ervaren we als de openbaring van een stukje byzantijnse traditie en van de mystieke kracht die in deze muziek zelf schuilt.

Ik hoor jullie spreken over Slavisch-byzantijns. Is dat hetzelfde als Russisch-orthodox of is er toch een verschil?

Ja en neen. Het antwoord is nogal complex. Gospodi specialiseert zich in de muzikale traditie die voortspruit uit de christelijke ritus van Byzantium, zoals die zich verder heeft ontwikkeld in de kerken van Rusland en Oost-Europa. Bovendien zijn er naast orthodoxen ook katholieken die deze muziek als hun cultureel erfgoed beschouwen. Deze muziek laat zich dus niet inperken door nationale of kerkjuridische grenzen.

Slavisch slaat dan op de taal en stijl waarin wordt gezongen en byzantijns staat voor het liturgische milieu waarin deze gezangen ontstonden.

Waarvoor staat de naam “Gospodi” precies?

Gospodi” is in het Oudslavisch de naam waarmee God wordt aanroepen en betekent “Heer”. Als dusdanig komt dit woord vaak voor in de Slavisch-byzantijnse gezangen, zoals bijvoorbeeld in de bede “Gospodi pomiluj”, in het Grieks “Kyrië eleïson” of in het Nederlands “Heer ontferm u”. Dit bijbelse schietgebed, voluit “Heer Jezus Christus, Zoon van de levende God, ontferm u over mij”, ook Jezus-gebed genoemd, wordt door oosterse monniken mantra-gewijs voortdurend herhaald en neemt hierdoor in de spiritualiteit van het oosterse christendom een prominente plaats in.

Het embleem van het ensemble Gospodi – ontworpen door de Vlaamse iconografe Noëlla Adams – is een grafische weergave van de beroemde Drievuldigheidsicoon die in de vijftiende eeuw werd geschilderd door de Russische monnik Andrej Roebljev. De icoon wordt ook wel “Gastvrijheid van Abraham” genoemd en is ontleend aan de oudtestamentische passage waarin Abraham en zijn vrouw Sara bezoek krijgen van de Heer in de gedaante van drie mannen (Genesis 18). Deze icoon wordt beschouwd als de onovertroffen voorstelling van God: drie gelijke engelen, die de Onvoorstelbare suggereren als Vader, Zoon en Heilige Geest.

Jullie zingen liturgische muziek. Betekent dit dat jullie vooral in kerken zingen?

We zingen inderdaad meestal in kerken maar we luisteren eigenlijk zelden een liturgische viering op. We zingen het liefst van al een avondvullend programma maar we doen dat bij voorkeur in een sacrale ruimte zoals een kerk of een klooster. We verkiezen daarbij eerder sober kaarslicht dan kunstlicht en schijnwerpers.

We gebruiken eigenlijk niet zo graag de term “concert” omdat het voor ons toch meer is dan louter een uitvoering van een bepaald muziekgenre. We trachten die gezangen toch in een bepaald sacraal kader te plaatsen, waar ze uiteindelijk thuishoren.

Het is voor Gospodi een uitdaging om de meerstemmige en imposante koorwerken om te buigen naar een eigen vorm en zangstijl. De keuze voor een sobere en eenvoudige toonzetting draagt bij tot een subtiele samenzang en een sfeer van innerlijke verstilling. De duidelijke stiltemomenten tijdens de uitvoeringen zijn een belangrijk onderdeel van de audities en versterken het meditatieve klimaat.

Bij het zingen staan we met z’n vieren naar elkaar toegekeerd. Deze opstelling in cirkelvorm vergroot de mogelijkheid om elkaars stemnuances voortdurend af te tasten en aan te voelen.

Gospodi heeft in het verleden al enkele cd’s gepubliceerd en kwam vorig jaar naar buiten met een nieuwe. Waar gaat deze cd precies over en wat was de aanleiding voor deze nieuwe opname?

Sinds we in 2005 de fakkel overnamen van de vorige bezetting kregen we van de luisteraars op onze audities meer en meer de vraag naar een cd‑opname met de nieuwe, huidige bezetting. We hadden wel enkele jaren van intensief samen zingen nodig om tot het gewenste resultaat te komen.

In deze opname brengt Gospodi een bloemlezing doorheen de Slavische kerkmuziek van de laatste tweehonderd jaar. We hebben vooral gezocht naar werken die uitvoerbaar waren voor onze vier stemmen. De magistrale koorwerken van componisten als Tsjaikovski, Bortnjanski en Archangelski worden door Gospodi uitgevoerd in een eigenzinnige, intieme samenzang waarbij tederheid en passie misschien wel hand in hand gaan.

De cd kreeg de titel “Veruyu” (zeg: vjeeroejoe) – “Ik geloof”. Dit is niet alleen het eerste woord van de geloofsbelijdenis in het Oudslavisch maar verwijst ook naar de rode draad van deze gezangen: het vertrouwen in een ondoorgrondelijk en allesoverstijgend mysterie.

Ook bij de vormgeving van de cd-hoes werd gekozen voor een sobere look –  geheel in de lijn van de eerder verschenen cd’s – maar dit keer met blauw als hoofdkleur. In de traditionele iconografie verwijst de kleur blauw naar zuiverheid, vroomheid en hemel maar ze is paradoxaal genoeg ook de kleur van het menselijke.

Heeft een dergelijke religieuze cd nog zin in deze tijd van ontkerkelijking?

Het mag duidelijk zijn dat de mensen hun heil niet meer exclusief gaan zoeken in het christelijk verhaal, misschien omdat de kerkelijke taal soms een te grote drempel vormt. Toch geloven wij dat de mens fundamenteel een zoeker is. Mensen streven uiteindelijk naar geluk, naar vertrouwen, naar schoonheid en zoeken daarbij naar zin en betekenis.

Het is onze overtuiging dat muziek een universele taal kan zijn die vele harten kan verwarmen ongeacht onze levensbeschouwelijke overtuigingen.

Uiteraard behoren de liederen die we brengen tot een welbepaalde religieuze traditie, en zijn de teksten expliciet christelijk van inhoud. Het oosterse christendom is er echter nog meer dan het westerse in geslaagd om tussen de regels van de dogma’s ook voldoende ruimte te laten voor het mysterie. Met muziek, met poëzie, met beeldende kunst maar ook met religie zoeken we als het ware naar woorden en beelden om te benaderen wat we eigenlijk niet met menselijke woorden en concepten kunnen vatten.

Dit willen we ook uitdragen in onze audities. We proberen de luisteraar uit te nodigen om écht te luisteren en te “verstillen”. Want het is enkel in de stilte dat we onze ziel en de kern van de dingen leren kennen, … en de essentie van de dingen is uiteindelijk … woordeloos.

________________________

www.gospodi.be

 Gospodi vzw
 Lindenstraat 179
 B-9300 AALST
 e-mail: info@gospodi.be
 gsm: +32 478 36 22 11

 

 

In manus tuas Domine commendo spiritum meum

“Heer, ik leg mijn leven in Uw handen”

Met dit breviergebed eindigt de afscheidstekst van priester Georges Herregods.

Wie op zaterdag 18 maart 2017 de uitvaartdienst van de grondlegger van Alnetum bijwoonde, werd bij de ingang een boekje overhandigd waarin de voornaamste teksten van de eucharistieviering werden opgenomen.

Op de voorzijde een foto van zijn Altaarkruis in keramiek uit 1988 dat zich in de Sint-Apolloniakerk te Elst bevind.

Op de achterzijde zijn afscheidswoorden.

Bij de offerande werd een gedachtenisprentje uitgereikt met onder meer een zelfportret van de priester-kunstenaar.

De mensen die deze warme man ooit hebben ontmoet, waaronder vele Elstenaars (Georges was pastoor te Elst gedurende de jaren 1991-2002), zullen hem allicht nooit vergeten !

Priester-kunstenaar Georges Herregods overleden

In de nacht van vrijdag op zaterdag 11 maart 2017 is E.H. Georges Herregods overleden in het WZC Sint-Leonardus in Ronse-Louise-Marie.

Hij werd geboren in Ronse op 25 maart 1926 en tot priester gewijd in Gent op 3 juni 1950. Hij was leraar aan het Onze-Lieve-Vrouwcollege in Oudenaarde (22 augustus 1952), aalmoezenier van het Belgisch leger (1957-1991) en pastoor in Elst (31 maart 1991). Hij bekwam eervol ontslag en ging met pensioen op 31 maart 2002.

De uitvaartliturgie vindt plaats in kerk Onze-Lieve-Vrouw van Altijddurende Bijstand, Klijpe, Zonnestraat 512 in Ronse op zaterdag 18 maart 2017 om 11 uur.

Georges Herregods was een getalenteerd kunstenaar: schilderen, tekenen, keramiek. Dat talent stelde hij ruimschoots ten dienste van de Kerk.

Voor het meinummer van 2016 van het diocesane tijdschrift Kerkplein ging Peter Vande Vyvere op bezoek bij de priester-kunstenaar. Hij schreef: Een krasse negentiger, die omschrijving past Georges Herregods, voormalig legeraalmoezenier en pastoor van Elst, als gegoten. Vijf jaar geleden overleefde hij een hartaanval en sinds enige tijd ondergaat hij nierdialyse. Maar de geest is wakker en het gemoed blijgezind als we hem begroeten in zijn studio in het woonzorgcentrum Sint-Leonard in Maarkedal. Op zijn werktafel liggen kunstboeken en verscheidene portfolio’s, achter hem staat een houder met netjes gespoelde penselen. Tegen de wand enkele onafgewerkte doeken. Het interieur van een artiest van wie de creativiteit nog volop stroomt.

In het interview dat volgde zei Herregods: Ik heb lange tijd gewerkt in de stijl van het zuivere expressionisme in Vlaamse stijl, de stroming waar de Latemse school toe behoort die mijn generatie zo sterk heeft gevormd. Maar mijn kunstenaarschap kwam almaar meer in dienst van mijn pastoraal werk te staan. En dat beïnvloedde ook mijn stijl: figuren werden eenvoudiger, kleuren sterker, geen lijn te veel. Mijn werk won aan communicatiekracht.

Ik merkte dat gewone mensen en ook kinderen mijn schilderijen meer gingen waarderen en ze ook echt begrepen. Georges Herregods

Op vraag van bisschop Luc Van Looy schilderde Georges Herrregods de Barmhartige Samaritaan. Het werd het iconische beeld voor het bisdom Gent in het Jubeljaar van de Barmhartigheid. Voor de catechetische tocht in het bedevaartsoord in Oostakker-Lourdes, schilderde hij de zeven werken van barmhartigheid. Vele werken van hem hebben hun weg gevonden naar kerken en pastorale centra.

De Barmhartige Samaritaan, Georges Herregods © Bisdom Gent, foto: Daina De Saedeleer

De Barmhartige Samaritaan, Georges Herregods © Bisdom Gent, foto: Daina De Saedeleer
  • ​Koenraad DE WOLF schreef het boek Kroniek van een dorpspastoor. Het levensverhaal van Georges Herregods, Triverius, Brakel, 2014 (contact: info@triverius.be, zie ook www.triverius.be)

Copyright Kerknet.be 

Alnetum 2017 was een succes !

Van 5 tot en met 19 februari ging in de Sint-Apolloniakerk te Elst de kunsttentoonstelling “Waarom brandt het nog ?” door.  Van de hand van Georges Herregods waren er verschillende werken met Oud Testamentische-thematieken.  Koen Penninck schilderde voor Alnetum 2017 nieuwe werken met een branden hart in het Oude Testament.

Er waren ook oud-testamentische Ikonen te zien zijn van Alice Heirwegh.

 

Meerdere joodse objecten werden getoond en ook het aperitiefconcert van zondag 5 februari  stond in het teken van de joodse cultuur.  Het Oud
Testament en het Jodendom zijn dan ook onlosmakelijk met elkaar verbonden.

 

De tentoonstelling werd bezocht door 1024 bezoekers.